Schuldig, ik pleit voor een verzorgingsstaat.
Mea culpa; Ik rook. In tegenstelling tot zij die ik benijd, kon ik niet weerstaan aan de peer pressure om te roken. Zelfs na een zoveelste poging om te stoppen (niet langer dan twee weken volgehouden), rook ik tot op de dag van vandaag nog steeds. Ik draag daarvoor de volle verantwoordelijkheid en schuld. Misschien richt ik me, vanuit die verantwoordelijkheid en schuld, in de nabije tijd tot een psycholoog of arts om me van deze lastige dwanghandeling af te helpen (want dat is het toch, een ziekte?). Anderzijds ben ik me ten volle bewust van mijn verantwoordelijkheid om mensen niet te hinderen in mijn dwaze verslaving. Ik ben 100% voorstander van rookverboden op publieke plaatsen (daarbij reken ik mijn woonkamer e.d.), vraag niet liever dan me kapot te taxeren en te overladen met walgelijke foto’s en bewustmakende campagnes. In deze mate wil ik mijn volle verantwoordelijkheid ook opnemen. Er zijn echter anderen die de roker diepgaander willen straffen, maar zich niet bewust zijn van de gevolgen van hun idee. Zij richten zich tegen solidariteit en meer nog; tegen de verzorgingsstaat op zich en treffen daarmee niet alleen de roker, maar elke burger van die verzorgingsstaat.
Laat me in de eerste plaats deze opiniemakers hun argumentatie serieus nemen, hun redeneringen hernemen, uitdiepen om goed te begrijpen en de gevolgen daarvan duidelijk stellen. De voorstanders van de stelling dat rokers hun eigen ziekte moeten betalen komen aandraven met ideeën dat, als ze zich verzekeren, ze een hogere premie moeten betalen, dat wanneer ze om nieuwe longen vragen, ze achter de gezonde mensen op de lijst moeten staan. Waarom? Omdat het hun verantwoordelijkheid is. Men stelt het als een laatste redmiddel: de stok achter de deur; pure chantage. Wat achter al deze ideeën schuilgaat is het vooropstellen, als het ware heilig verklaren, van de idee van eigen verantwoordelijkheid. “U maakte de keuze dus u kunt ook de keuze maken het niet te doen. Bijgevolg draagt u de gevolgen van uw keuze.” Daarnaast stellen deze opiniemakers ook dat ze de idee van solidariteit niet in gedrang brengen, althans zo leest men in opinieartikels.[1] Zij beroepen zich enkel op de idee van een volle verantwoordelijkheid voor de eigen keuze waarbij geen rekening mag worden gehouden met peer pressure.
Anderzijds kies ik er zelf voor om in de bouw of als verpleger te werken. Ik ga naar de sollicitatie, ik aanvaard de job en onderteken het contract net zoals bij elke andere job. Het is dus mijn verantwoordelijkheid als mijn rug het begeeft ondanks alle campagnes om goed te heffen, ondanks het feit dat ik nu eenmaal dat diploma heb (dat is namelijk ook mijn keuze) en ondanks de sociale druk die schuilt achter de idee dat werken de mogelijkheid geeft tot maatschappelijke participatie. Met andere woorden: u kunt achteraan op de lijst gaan staan voor chirurgische ingrepen en u kan een hogere verzekeringspremie betalen, want het is u die gekozen hebt om die risicovolle job uit te oefenen. U had het even goed niet kunnen doen.
Wat ik wil illustreren met vorig voorbeeld is dat wanneer je de eigen verantwoordelijkheid als heilig principe hanteert, je evenzeer een voorstander bent van een “ieder- voor- zich maatschappij” en wel degelijk solidariteit ondermijnt, zelfs die solidariteit die aan de basis ligt van onze verzorgingsstaat. Laat me dit even verduidelijken. Onze verzorgingsmaatschappij is namelijk gebaseerd op de idee van solidariteit. De idee van sociale zekerheid is in die zin sociaal dat het zo min mogelijk met individuele en socio-economische kenmerken rekening houdt. Daardoor genereert het solidariteit. De voorbeelden zijn legio. U hoeft maar te denken aan de premie die u betaalt, die is in relatief opzicht niet anders dan uw buur of de premier van dit land. Wanneer men echter de eigen verantwoordelijkheid zo hoog in het vaandel draagt, dat het een absoluut principe wordt dat niet bediscussieerbaar is, dan zegt u dat ook socio-economische en individuele gevolgen moeten meespelen. U hebt niet de mogelijkheid gehad om te kunnen studeren voor een bureaujob ondanks alle bestaande maatregelen om u te helpen en verzeilt daardoor in een lichaamsbelastende job? Spijtig, de gevolgen zijn voor u. U maakte niet de keuze om in zulke familie geboren te worden, maar het is wel uw keuze en verantwoordelijkheid om eruit te geraken. De gevolgen zijn duidelijk: u betaalt premies navenant de kans op het risico, ongeacht u het kan betalen of niet. De verantwoordelijkheid ligt bij u en dat valt niet te bediscussiëren, u moet geen solidariteit verwachten. Een sociale zekerheid die gebaseerd is op een principe van solidariteit is dus volledig uit de boze.
Het gaat hier niet zozeer om het feit dat men mensen niet mag verantwoordelijk stellen voor bepaalde keuzes, het gaat erom in hoeverre men dat principe als onaantastbaar mag achten. Ik maak me zorgen, word misselijk en zelfs angstig als dat principe van eigen verantwoordelijkheid als onaantastbaar wordt aanzien of zal worden gezien, want dan ondermijnen we de verzorgingsstaat en begeven we ons met z’n allen terug naar de negentiende eeuw. Een stap waarvoor ik niet verantwoordelijk wil zijn en mij in alle hevigheid kritisch zal tegen verzetten. Ik pleit anderzijds om mijn volle verantwoordelijkheid op te nemen om bewust te zijn van mijn standpunten en haar gevolgen, ik hoop dat anderen dat ook doen. Schuldig dus, ik pleit met alle gevolgen in acht genomen voor een verzorgingsstaat die efficiënt werkt en dat voor elke burger.
Koen Dorleman
[25 maart 2013]
De syndicale ondergang?
Getafeld met Louis Tobback
Vooreerst wees Louis Tobback ons, als geëngageerde jongeren, op het feit dat politiek een harde stiel is. Als je kiest voor een politieke carrière moet je je realiseren dat er weinig tijd overblijft voor andere zaken klonk het. Hij maakt er geen geheim van dat hij doorheen zijn carrière weinig tijd heeft gehad voor zijn gezinsleven. Zijn vrouw heeft dubbel gewerkt, stelde hij vast. Naast het uitbouwen van haar advocatencarrière moest ze de kinderen, en het huishouden in het algemeen, alleen verzorgen. In deze situatie schuilt voor hem de echte ongelijkheid tussen man en vrouw. Zo stelt hij tijdens zijn ambt als burgemeester vast dat er veel vrouwen in de publieke sector een topfunctie bekleden, maar dat ze dit waarschijnlijk niet in de privésector of de politiek doen omdat ze hier geen vaste uren hebben en de dossiers niet thuis, bij de kinderen, kunnen verwerken. Een oplossing vinden voor de, weldegelijk nog steeds bestaande, ongelijkheid tussen man en vrouw lijkt dan vooral te schuilen in het vinden van nieuwe oplossingen voor deze spanning tussen werk en gezin.
Dit gezegd zijnde moedigde hij ons echter wel aan om in de politiek te stappen. Zoals alle echt bevredigende zaken moet je er veel tijd in steken, maar doe je dit met graagte als het je passie is. In de politiek kan je streven voor zaken die je belangrijk vindt en waarbij de voldoening erg groot is als je ze realiseert.
Hij bemerkt wel dat vanaf zijn generatie politiek geen echt diepgaande politieke keuzes meer inhield. Tijdens zijn jeugdjaren moest men positie innemen tegenover Nazi-Duitsland en de bijhorende koningskwestie, moest het algemeen enkelvoudig stemrecht nog ingevoerd worden, het sociaal pact en het schoolpact gesloten worden en zorgde de eenheidswet voor hevige sociale onrusten. Allemaal gebeurtenissen die het volk erg verdeelde en er dus verwacht werd een duidelijke positie in te nemen en de problemen op te lossen om erger te voorkomen. Hij herinnert zich dat een burgeroorlog toen nog een reëel gevaar vormde. Goed dus dat deze grote politieke keuzes niet echt meer hoeven gemaakt te worden. De strijd is minder groot en hevig maar dat maakt politiek niet minder interessant. Hij haalde als voorbeeld het redden van de partij na de Agustacrisis aan als een van de verwezenlijkingen die hem professionele voldoening schonken.
Op supranationaal niveau zijn er volgens hem echter nog veel dingen te verwezenlijken. Het is essentieel dat er een politieke Europese unie wordt gevormd. Alleen zo kunnen we ons staande houden in de razend snel veranderende wereld. In de globaliserende wereld heb je een grote politieke macht nodig om economische belangen te verdedigen en om in het algemeen nog wat controle te behouden over de economie. Meer Europa betekent voor hem ook meer regionaliteit. Hij wees erop dat de economie zich altijd concentreert rond geografisch interessante plaatsen. Hij haalde het voorbeeld aan van de haven van Antwerpen en de nood aan samenwerking met buitenlandse havenregio’s. Dankzij Europa kunnen vooral regio’s op een betere manier op elkaar afgestemd worden. Als Europese socialist moet je dus streven voor een echte politieke Europese unie. Pas dan kan het ook sociaal worden volgens Louis Tobback. Dit wordt nog essentiëler omdat uit het gesprek bleek dat Europa voor hem een eerste experiment is om een soort wereldorde tot stand te brengen. Hoe groter de democratische politieke schaal, hoe groter de mogelijkheid om overal vrede en rechtvaardigheid tot stand te brengen.
Allemaal wijze lessen van een ervaren politicus.
Bedankt aan Louis Tobback en iedereen aan tafel voor het interessante gesprek!
Steven Meynckens
[2 maart 2013]
De syndicale ondergang?
Steven
Meynckens
[24 feb 2013]